1. Hoe zit u?

U zit recht op uw stoel met uw rug tegen de rugleuning. Welke omschrijving past het best bij u? 

Ik kan mijn voeten plat op de grond zetten, mijn bovenbenen zijn dan horizontaal (aansluitend aan de zitting).
Ik kan mijn voeten plat op de grond zetten, mijn bovenbenen raken minder tot nauwelijks de zitting, mijn knieƫn steken dan omhoog.

Ik kan mijn voeten niet of met moeite plat op de grond zetten.
Als ik met mijn bovenbenen horizontaal zit, steun ik met mijn voeten plat op de voetenbank.